Carbon markten in beweging: van kyoto tot parijs en verder

– 10 oktober 2023

Carbon markten in beweging: van kyoto tot parijs en verder

Nieuwsbericht
19 okt 2023

Carbon markten zijn aanzienlijk geëvolueerd als gevolg van veranderingen in het internationale klimaatbeleid, de economische omstandigheden en de groeiende erkenning van de noodzaak om de klimaatverandering aan te pakken. Van het Kyoto protocol en de Overeenkomst van Parijs tot nu. In een serie van vier nieuwe artikelen zal FairClimateFund hieraan meer aandacht besteden. In dit eerste deel zullen we een globaal overzicht geven van de belangrijkste ontwikkelingen en in de volgende artikelen duiken we dieper in op onderwerpen als emissierechten en emissiereductieprojecten, klimaatneutrale claims en labels, én de prijsontwikkeling van een ton CO2.

Kyoto Protocol 1997-2015

In 1997 werd het Kyotoprotocol aangenomen. Het Kyoto Protocol is een overeenkomst onder het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties en trad in werking in 2005 en verstreek op 31 december 2020. Het doel van het verdrag was om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen voor ontwikkelde landen (zogenaamde Annex I-landen) door het concept van emissiereductiedoelstellingen te introduceren.

Annex I-landen konden hun emissiereductiedoelstellingen halen door te investeren in emissiereductieactiviteiten in eigen land, in andere Annex I-landen of via het Clean Development Mechanism (CDM).

carbon-marketen-in-beweging

Het CDM maakte het mogelijk dat projecten die de uitstoot in niet-Annex I ofwel ontwikkelingslanden verminderden, Certified Emission Reductions (CER’s) konden genereren, die op de mondiale carbon markt konden worden gekocht en verkocht.

Naast deze gereguleerde markten, zijn er ook niet-gereguleerde markten waar bedrijven en individuen op vrijwillige basis hun CO2-uitstoot compenseren. FairClimateFund opereert op deze zogenaamde vrijwillige markt en helpt kwetsbare mensen in het mondiale zuiden toegang te krijgen tot klimaatfinanciering via de vrijwillige carbon markt. De vrijwillige carbon markt volgde het kader van het Kyoto Protocol.

Overeenkomst van Parijs 2015

De Overeenkomst van Parijs markeerde een belangrijke verandering in het internationale klimaatbeleid ten opzichte van het Kyotoprotocol. Ten eerste breidde de reikwijdte van de carbon markten uit tot niet alleen Annex I-landen, maar tot alle landen. Daarnaast hanteert het een meer flexibele en bottom-up-aanpak waarbij landen hun eigen klimaatdoelstellingen vaststellen, bekend als “Nationally Determined Contributions (NDCs)”. Deze doelstellingen zijn niet juridisch bindend, maar zijn bedoeld om transparant te zijn en regelmatig te worden bijgewerkt aan de hand van eenzelfde beoordelingskader.

carbon-marketen-in-beweging-figuur

Carbon markten spelen in de Overeenkomst van Parijs een ondergeschikte rol. Het is immers de bedoeling dat alle landen, bedrijven en burgers in de eerste plaats hun uitstoot verminderen om klimaatverandering tegen te gaan, en niet ‘afkopen’ door middel van compensatie. Tegelijkertijd kunnen carbon markten een nuttige bijdrage leveren: de uitstoot van 1 ton CO2 in land X is immers even schadelijk als de uitstoot van 1 ton CO2 in land Y. Dus als het veel goedkoper is om een ton te reduceren in, zeg India, dan in Europa, dan is het interessant om daarin te investeren. Zeker omdat dit ook positieve effecten heeft op de ontwikkeling van bijvoorbeeld lokale boeren in India.

In artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs werd het idee van ‘coöperatieve benaderingen’ geïntroduceerd, waartoe ook internationale carbon markten behoren. Het is een raamwerk voor landen om vrijwillig samen te werken bij de implementatie van hun klimaatdoelstellingen. De belangrijkste mechanismen zijn:

  • Artikel 6.2: Stelt een mechanisme vast voor landen om deel te nemen aan de handel in emissierechten via bilaterale of multilaterale overeenkomsten. Het stelt een land met overtollige emissiereducties in staat deze reducties over te dragen aan een ander land dat ze nodig heeft om aan zijn NDC te voldoen. Dit noemen we ook wel “internationally transfered mitigation outcomes (ITMO’s)”.
  • Artikel 6.4: Zal een mondiale carbon markt (Sustainable Development Mechanism SDM) creëren, vergelijkbaar met het CDM onder het Kyotoprotocol. De carbon credits die hieruit voortvloeien, bekend als A6.4ERs, kunnen worden gekocht door landen, bedrijven of zelfs individuen.

De vrijwillige carbon markt (VCM) zal deels het kader van artikel 6.4 gaan volgen. De details van hoe artikel 6 in de praktijk zou werken, zou pas in 2021 besloten worden.

COP26 en de Glasgow-overeenkomst

De Glasgow-overeenkomst, bereikt tijdens COP26 in 2021, bood cruciale richtlijnen voor de implementatie van artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs. Het stelde regels en richtlijnen vast voor de internationale carbon markten, waarbij kwesties als registratie, rapportages, de transitie van het CDM onder het Kyotoprotocol, dubbeltelling, milieu-integriteit en bestuur werden aangepakt.

Een belangrijk onderwerp zijn de regels en richtlijnen met betrekking tot de transitie van CDM-projecten naar het Artikel 6.4-mechanisme en de geldigheid van oude CDM-credits. Zolang oude CDM-projecten en credits nog geldig zijn, kan dit aanzienlijke schade toebrengen aan de geloofwaardigheid van de vernieuwde carbon markten en aan de inspanningen om daadwerkelijke emissiereducties te bereiken.

In het nieuwe stelsel worden in de voormalige ‘niet-Annex I’-landen nationale registers van emissiereductieprojecten opgezet. Veel landen kiezen ervoor om een nationale markt te ontwikkelen van emissiereducties zoals eerder in de Europese Unie (het Emissie Handels Systeem, EU-ETS). Ook de luchtvaartsector ontwikkelt een systeem van emissiehandel, het zogenaamde CORSIA.

De Glasgow-overeenkomst heeft nieuwe regels opgesteld om dubbeltellingen te voorkomen door het toepassen van zogenaamde ‘corresponding adjustments’, die vereist zijn voor alle carbon credits in de verplichte carbon markten. Net als bij een dubbele boekhouding houdt dit in dat het land carbon credits verkoopt en deze vervolgens aftrekt van zijn eigen broeikasgasinventaris, zodat het land die ze koopt, deze kan meetellen voor zijn eigen klimaatdoelstellingen.

Op de vrijwillige carbon markt geldt deze verplichting echter niet, want deze credits lopen niet via het artikel 6-systeem. De certificerende instantie (zoals Gold Standard of Verra) besluit in dit geval zelf welke regels zij hanteert. Is er geen sprake van een “corresponding adjustment” dan wordt de gereduceerde ton CO2e toegeschreven aan de NDC van het land waar het project zich bevindt.

Kopers kopen in dat geval zogenaamde “contribution credits” waarmee ze een bijdrage doen aan de CO2-reductie van het betreffende land. Carbon credits die wel een “corresponding adjustment” hebben, kunnen gebruikt worden voor het klimaatneutraal maken van jouw product of dienst. Alhoewel dit soort claims in de toekomst ook niet meer gebruikt mogen worden.

Een en ander betekent dat overheden in landen waar emissiereductieprojecten worden uitgevoerd bepalen of een project carbon credits of contribution credits mag leveren aan kopers in het buitenland via een systeem van autorisaties.

Conclusie

Over het geheel genomen weerspiegelt de evolutie van de carbon markten van Kyoto tot Parijs een erkenning van het belang van marktmechanismen bij het aanpakken van de klimaatverandering met een toenemende rol van marktregulering door overheden. Marktmechanismen worden verfijnd en versterkt om beter te voldoen aan de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de mondiale klimaatactie.

Ook is de focus van het compensatiemechanisme, zoals het CDM, verschoven naar bredere marktmechanismen die alle soorten mitigatieactiviteiten omvatten. In de nieuwe wereld van het Parijs Akkoord gaat het niet alleen meer over compensatie van CO2-uitstoot maar vooral over het daadwerkelijk (meetbaar) de uitstoot te reduceren in de eigen bedrijfsvoering en in de keten, en daarnaast te investeren in projecten buiten de keten die bijdragen aan het beperken van de opwarming van het klimaat. Of deze investeringen gelden als ‘carbon compensation’ of als ‘mitigation contribution’ hangt af van het land waar het project plaatsvindt en de daar geldende regels. In beide gevallen gaat het wel altijd om: